Vandaag topdag voor Antonio en een retrospectief

Marja en Otto zijn gisteren in Kathmandu aangekomen. Om 1700 uur Antonio gebeld. Die zat in Camp 2 en vertelde dat het allemaal erg zwaar was geweest tot dan toe. Toen Marja en Otto een week geleden omkeerden vanuit het Morene Camp boven het Makalu BC is Toon doorgegaan naar het East Col Camp. De dag erop heeft hij de grote oversteek gemaakt via de Sherpani Col naar de West Col en is hij vervolgens afgedaald naar Baruntse BC op zo’n 5450 m. De oversteek begon om ongeveer 04.00 uur in de ochtend en duurde 12 uur. Het was erg zwaar.

Die zelfde dagen zijn Otto en marja teruggelopen naar Yak Kharka en vervolgens naar Dobate. Wat was er nou aan de hand? Vanaf zo’n 4500 meter kreeg Otto slaapproblemen, de zogenaamde Cheyne-Stokes ademhaling. Door het zuurstofgebrek moet je vaker en dieper ademhalen. Maar je lichaam zit nog niet in die modus, waardoor je ’s nacht in je langzame ademhaling terecht komt en dan plotseling wakker wordt met ademnood. Meestal sliep Otto nog wel halve nachten, maar in het Morene Camp op 5200m heeft hij de hele nacht wakker gelegen. Toen we in dat kamp aankwamen had iedereen al wat hoogteziekte (hoofdpijn). Bij Otto was het zo erg dat hij wat Diamox en Aspirine innam en om 17.00 uur naar bed ging. De nacht was een hel. Het vroor in de tent en Otto kon niet slapen door Cheyne-Stokes. Dan duren 12 uur erg lang. Heel erg lang. De volgende morgen besloot Otto niet verder te gaan, omdat we weer 500 meter moesten stijgen en er weer een slapeloze nacht voor de deur stond. Marja wilde Otto niet alleen laten terugkeren. Antonio voelde zicht sterk (en dat is hij ook), dus die ging door met Ngima en Rinzing, de klimsherpa.

Marja en Otto zijn met Karma (de kok) en 3 dragers in 6 dagen teruggelopen naar Tumlingtar, de laatste dag zelfs helemaal niet gelopen, maar een Jeep genomen. Het was mooi weer, dus al die bergen de we niet gezien hadden toen we naar boven liepen in de regen en de sneeuw, waren nu ineens zichtbaar. Prachtig. Otto heeft zicht nog wel vaak achter de oren gekrabt op de weg naar beneden: had ik verder gekund, wat een watje ben ik, enzovoorts. Maar het feit is dat hij echt slecht sliep, wat net echt handig is voor extreme inspanningen. Wat trouwens ook een rol gespeeld kan hebben is een verkoudheid. Sinds de start in Tumlingtar was hij wat verkouden: snotterig, keelpijn, hoestje. En met name die volle neus ging maar niet weg.

Wel, het goede nieuws is dat Toon in C2 zit en op dit moment onderweg is naar de top. Hij zal daar rond het middaguur aankomen. Als alles goed gaat. Hij vertelde dat het buitengewoon zwaar was tot C2. Vanuit BC naar C1 was al een beproeving. Toen we hem gisteren belden in C2, hoorden we de wind om de tent loeien. Toon klonk erg vermoeid, maar hij zei dat hij zich sterk voelde. We wensen hem alle succes toe vandaag. Na de top hoopt hij vandaag helemaal af te dalen naar BC. En dan vervolgens 2 dagen rust. In die dagen moeten ook dragers geregeld worden die hen weer naar de bewoonde wereld vergezellen. Dus met een dag of 8-10 moet Toon weer in Kathmandu zijn.

Het plan van Marja en Otto is om morgen of overmorgen naar Lukla te vliegen en dan een dag of 4 te lopen naar Namche Bazar, Tengboche en Dingboche op 4100 meter. In die buurt zullen ze Toon en Ngima opwachten die via de Amphu Lapcha pas zullen komen.

Leave a Comment